كتاب · Max Havelaar
صفحة 330 من 887
المؤلف: Multatuli
الوقت0:00
السرعة (WPM)0.0
الدقة100.0%
اضغط ابدأ واكتب السطور بدقة. · مفتاح الرجوع معطل — استمر حتى بعد الخطأ.
--Wel neen, t was mooi weer, al te mooi. De schipbreuk waarop je
doelt, viel veel later voor. Anders zou ik me niet verveeld
hebben. Zoo zeilden we langs de kust, en 't was stikheet. Zoo'n
prauw biedt weinig gelegenheid tot afleiding, en daarby was ik
juist in een verdrietige stemming, waartoe veel oorzaken het hare
bydroegen. Ik had, primo, een ongelukkige liefde, ten-tweede, een
... ongelukkige liefde, ten-derde ... nu ja, nog iets van dien
aard, enz. Och, dat hoort er zoo by. Maar bovendien bevond ik my
in een statie tusschen twee aanvallen van eerzucht. Ik had me
koning gemaakt, en was weer onttroond. Ik was op een toren
geklommen, en weer op den grond gevallen ... ik zal nu maar
overslaan hoe dat kwam! Genoeg, ik zat daar in die prauw met een
zuur gezicht en slecht humeur, en was, wat de Duitschers noemen:
ungeniessbar. Ik vond onder anderen dat het niet te-pas kwam my
pepertuinen te laten inspekteeren, en dat ik lang had moeten
aangesteld zyn tot gouverneur van een zonnestelsel.
اضغط ابدأ واكتب السطور بدقة.
لم يبدأ