كتاب · Max Havelaar
صفحة 677 من 887
المؤلف: Multatuli
الوقت0:00
السرعة (WPM)0.0
الدقة100.0%
اضغط ابدأ واكتب السطور بدقة. · مفتاح الرجوع معطل — استمر حتى بعد الخطأ.
--Ik heb dit ingezien, antwoordde Havelaar, en, wakker gemaakt
door zyn poging om den Adhipatti te bewegen iets tegen my
intebrengen--hetgeen schynt aantetoonen dat hy beproeven wil de
kwestie te verleggen, door by-voorbeeld my te beschuldigen van
... ik weet niet wat--heb ik me hiertegen gedekt door afschriften
van myn brieven rechtstreeks aan de Regeering te zenden. In een
daarvan komt het verzoek voor, ter verantwoording te worden
geroepen wanneer er misschien mocht worden voorgegeven dat ik
iets misdaan had. Als nu de resident my aantast, kan daarop in
gewone billykheid geen beslissing worden genomen zonder dat men
my vooraf heeft gehoord. Dit is men zelfs een misdadiger
schuldig, en daar ik niets misdaan heb ...
Daar komt de post aan! riep Verbrugge.
Ja, 't was de post! De post, die den volgenden brief meebracht
van den Gouverneur-generaal van Nederlandsch Indie aan den
gewezen adsistent- resident van Lebak, Havelaar.
"Kabinet. N 54. Buitenzorg, 23 Maart 1856.
اضغط ابدأ واكتب السطور بدقة.
لم يبدأ