Kitap · Max Havelaar
Sayfa 264 / 887
Yazar: Multatuli
Süre0:00
Hız (WPM)0.0
Doğruluk100.0%
Başlat düğmesine bastıktan sonra yazmaya başla. · Backspace devre dışı — yanlış yazsan da devam et.
--Ja, ja, dat weet ik wel! Ieder kan geen profeet of apostel
wezen ... hm, 't hout zou duur worden van 't kruisigen! Maar je
wilt me toch wel helpen alles te-recht te brengen? je wilt toch
wel je plicht doen?
--Zeker! Vooral by u. Maar niet ieder zou dit zoo streng vorderen
of zelfs goed opvatten, en dan komt men zoo ligt in de pozitie
van iemand die windmolens bestrydt.
--Neen! Dan zeggen zy die 't onrecht liefhebben omdat ze daarvan
leven, dat er geen onrecht was, om 't vermaak te hebben u en my
uittemaken voor Don Quichotten, en te-gelyker-tyd hun windmolens
draaiende te houden. Doch, Verbrugge, je hadt niet op my hoeven
te wachten om je plicht te doen! M'nheer Slotering was een
bekwaam en eerlyk man: hy wist wat er omging, hy keurde het af en
verzette zich er tegen ... ziehier!
Havelaar nam uit een portefeuille twee vellen papier, en deze aan
Verbrugge tonende, vroeg hy:
--Wiens hand is dit?
--Dat is de hand van m'nheer Slotering.
Başlat düğmesine bastıktan sonra yazmaya başla.
Başlatılmadı