Kitap · Max Havelaar
Sayfa 668 / 887
Yazar: Multatuli
Süre0:00
Hız (WPM)0.0
Doğruluk100.0%
Başlat düğmesine bastıktan sonra yazmaya başla. · Backspace devre dışı — yanlış yazsan da devam et.
Kort na de vergeefsche pogingen om Havelaar te bewegen tot de
intrekking zyner brieven, of tot het verraden van de arme lieden
die op zyn grootmoedigheid vertrouwd hadden, trad eens Verbrugge
by hem binnen. De brave man was doodsbleek, en had moeite te
spreken.
--Ik ben by den Regent geweest, zeide hy ... dat is infaam ...
maar verraad me niet.
--Wat? Wat moet ik niet verraden?
--Geeft ge my uw woord geen gebruik te maken van wat ik u zeggen
zal?
--Weer halfheid, zei Havelaar. Doch ... goed! Ik geef myn woord.
En toen verhaalde Verbrugge, wat den lezer reeds bekend is, dat
de resident aan den Adhipatti had gevraagd of hy iets wist
intebrengen tegen den adsistent-resident, en hem tevens geheel
onverwachts geld had aangeboden en gegeven. Verbrugge wist het
van den regent zelf, die hem vroeg welke redenen den resident
hiertoe konden geleid hebben? Havelaar was verontwaardigd, maar
... hy had zyn woord gegeven.
Başlat düğmesine bastıktan sonra yazmaya başla.
Başlatılmadı