كتاب · Max Havelaar
صفحة 229 من 887
المؤلف: Multatuli
الوقت0:00
السرعة (WPM)0.0
الدقة100.0%
اضغط ابدأ واكتب السطور بدقة. · مفتاح الرجوع معطل — استمر حتى بعد الخطأ.
Men bedenke bovendien, dat het meerendeel zyner hoorders uit
eenvoudige, doch geenszins domme menschen bestond, en tevens dat
het Oosterlingen waren, wier indrukken zeer verschillen van de
onze.
Havelaar moet nagenoeg aldus gesproken hebben:
Mynheer de Radhen Adhipatti, Regent van Bantan-Kidoel, en gy,
Radhens Dhemang die Hoofden zyt der distrikten in deze Afdeeling,
en gy, Radhen Djaksa die de justitie tot uw ambt hebt, en ook gy,
Radhen Kliwon die gezag voert op de hoofdplaats, en gy Radhens,
Mantries, en allen die Hoofden zyt in de afdeeling Bantan-Kidoel,
ik groet u![53]
En ik zeg u dat ik vreugde voel in myn hart, nu ik hier u allen
vergaderd zie, luisterende naar de woorden van myn mond.
اضغط ابدأ واكتب السطور بدقة.
لم يبدأ