图书 · Max Havelaar
第592页 / 共887页
作者: Multatuli
时间0:00
速度 (WPM)0.0
准确率100.0%
按开始并准确输入每行文字。 · 退格键已禁用 — 即使输入错误也请继续。
Maar hy beklaagde zich ten-onrechte. Want nog was de zon niet
opgegaan, nog had het oog van den dag geen blik geworpen op de
vlakte. Wel verbleekten de sterren daar omhoog, beschaamd dat er
spoedig een eind komen zou aan haar heerschappy ... wel vloeiden
er vreemde kleuren over de toppen der bergen, die donkerder
schenen naarmate ze scherper afstaken op lichteren grond ... wel
vloog er hier-en-daar door de wolken in het oosten iets
gloeiends--pylen van goud en van vuur die heen-en-weer werden
geschoten, evenwydig aan de kim--maar ze verdwenen weer en
schenen neertevallen achter de ondoordringbare gordyn die nog
altyd den dag bleef verbergen voor de oogen van Saidjah.
Toch werd het allengs lichter en lichter om hem heen. Hy zag
reeds het landschap, en reeds kon hy de kuif onderscheiden van
het klappa-boschje waarin Badoer verscholen ligt ... daar sliep
Adinda.
按开始并准确输入每行文字。
未开始